Maartje Maartje!

Main menu:

Mijn Twitter feeds

LinkedIn

If you want to see my LinkedIn profile, click on this button:

Maartje van der Leij

De toekomst van mobiel

Mobiel is in opkomst. Niet alleen in ons privéleven, maar ook in het bedrijfsleven. Steeds meer bedrijven hebben te maken met verschillende apparaten, applicaties, besturingssystemen, netwerken en veiligheid. Hoe kunnen we al deze verschillende elementen managen en zorgen dat zij samenwerken om zowel ons privéleven, als onze bedrijven efficiënter te maken? Dat is waar het allemaal om draaide tijdens iCE Amsterdam. Door mobiel op een goede manier in te zetten kan veel succes worden behaald.

Het mobiele web, apps en social media

Apps die draaien op meerdere apparaten worden gezien als de probleemoplossers van de toekomst. Zij zullen ons helpen om ons leven beter te maken. Verwacht wordt dat in de toekomst alle bedrijven en individuen een eigen app zullen hebben. Dat is het resultaat van de laatste trend in de internetrevolutie. Na Web 1.0, 2.0 en zelfs 3.0 is het tijd voor het mobiele web.

Zonder internet zouden we niet zo verbonden zijn als vandaag de dag. Websites zijn het hoofdinstrument van bedrijven om hun producenten en diensten aan te bieden en om hun relaties te managen. Met de komst van social media communiceren bedrijven op een directere manier met hun klanten. Met de komst van apps kan deze verbondenheid nog sterker worden. Niet alleen met klanten maar ook met werknemers. Zoals Yammer bijvoorbeeld. Een soort interne Twitter speciaal voor bedrijven. Uitermate geschikt om elkaar op de hoogte te houden.

Programmeur Mike Lee geeft een mooi voorbeeld waarin hij twittert over een karakter in zijn favoriete serie True Blood. Waar je gewoonlijk bij het plaatsen van een comment een reactie krijgt van een marketingmachine die het programma aanraad, wat totaal ongepast kan zijn, krijgt hij nu een passende reactie van een van de andere karakters, alsof zij een gesprek hebben over iemand die zij beiden kennen. Dit maakt de relatie heel persoonlijk. De True Blood-Twitteractie is een goed voorbeeld van bedrijven die social media gebruiken om echt een connectie te maken met hun publiek. Bedrijven, zegt Mike Lee, zouden moeten luisteren waar hun publiek spreekt.

De president van de VS, Barack Obama, had zijn eigen app tijdens de verkiezingen. De applicatie in combinatie met andere platformen en social media, gaven hem de mogelijkheid om in contact te blijven met zijn kiezers en up-to-date te blijven. Dit overduidelijk met succes.

Niet alleen bedrijven en bekende individuen profiteren van mobiele oplossingen. De Nederlandse politie gebruikt zijn eigen mobiele Twitter-applicatie, gemaakt door mediaBunker, om met elkaar te communiceren en met de wijk waarin zij werken. Door deze applicatie zijn zij zich continu bewust van wat er in de buurt speelt en staan zij in direct contact met de lokale bevolking.

En communities kunnen hun ideeën delen door bijvoorbeeld de Chainr app te gebruiken. Het is een app waarmee je verschillende vormen van multimedia gebruikt om zaken aan elkaar te linken en zo een stroom van informatie te maken. Hiermee kun je een verhaal vertellen, een oplossing voor een probleem tonen, of momenten uit het dagelijkse leven et vastleggen. Chainr is een soort Twitter, YouTube, Flickr, Foursquare en audiorecorder met Google wave view ineen. Delen was al heel makkelijk door het world wide web, nu kun je dankzij het gebruik van je mobiele apparaat op elk moment en elke locatie alles delen met je vrienden, collega’s en met de hele wereld.

Wat komt eerst? Web of mobiel?

Ajit Jaokar van Futuretext denkt ook dat, zoals bij Twitter, we meer sites gaan zien waar mobiel eerst komt en dan het web. Bepaalde sites zijn eerst op het mobiele platform groot geworden en daarna op het web. Zo zullen er ook apps of sites zijn die alleen op mobiel werken, zoals GEO-based apps als Foursquare.

Naast native apps en ‘normale’ websites zijn er meer tussenliggende mogelijkheden. Er zijn namelijk ook (mobiele) websites (vaak de m. url’s) die zijn ontworpen om het apparaat en de schermresolutie te herkennen. Met deze informatie zal de site zijn lay-out aanpassen om perfect aan te sluiten op het juiste schermformaat. Dit zou een goed alternatief kunnen zijn om met relatief weinig aanpassingen aan de website toch een grote doelgroep ook mobiel te kunnen bedienen. Deze manier van vormgeven wordt adaptive of flexible lay-out genoemd. Een mooi voorbeeld hiervan is de site van het Tropenmuseum in Amsterdam, gemaakt door Mirabeau. Wat het formaat van je scherm ook is, de website zal altijd automatisch de meest relevante weergave bieden. Ik zou zeggen: probeer het eens uit. Open de website op de computer, pak de rechterpunt van je browser en pas zo het schermformaat aan. Je zult zien hoe steeds naar de optimale weergave wordt gezocht. Meer over deze site en visuals is te vinden in het artikel over het tropenmuseum van Vasilis.

Ecosystemen

In de toekomst zullen we widgets (kleine desktop-applicaties als het weer en de calculator) en apps zien, die zijn geïntegreerd met het web. Het gaat niet om het apparaat, maar om het platform dat het draagt. Dat is verbonden door mobiel. Welk platform stand houdt, is het platform met het beste ecosysteem. Dat houdt in: gebruikers, ontwikkelaars en apparaten. Het grotere en meest diverse ecosysteem heeft de beste kans om te bloeien. Dat is waarom iOS van Apple en Android zo succesvol zijn geworden.

“Gartner expects manufacturers such as Samsung to launch many new budget Android devices in 2010 that will drive Android into mass market segments. Other players, such as Sony Ericsson, LG and Motorola, will follow a similar strategy. This trend should help Android become the top OS in North America by the end of 2010.” (Gartner, September 2010, Gartner Says Android to Become No. 2 Worldwide Mobile Operating System in 2010 and Challenge Symbian for No. 1 Position by 2014)

Analisten verwachten dat Android en iOS naast Symbian het grootste marktaandeel zullen hebben. Symbian is met name groot in derdewereldlanden met de simpele goedkope mobieltjes. Windows zal zijn aandeel verliezen. Maarten Zoneveld van Microsoft denkt dat hij deze ontwikkeling kan keren door samen te werken met Nokia en door hun Windows Phone 7 OS. Met deze strategie wil Microsoft zijn positie heroveren. Maar als je naar het marktaandeel volgens Gartner kijkt, dan ziet het er op dit moment niet zo zonnig uit voor Windows.

Forecast: Mobile Communications Device Open OS Sales to End Users by OS (Thousands of Units)

OS 2009 2010 2011 2014
Symbian 80,876.3 107,662.4 141,278.6 264,351.8
Market Share (%) 46.9 40.1 34.2 30.2
Android 6,798.4 47,462.1 91,937.7 259,306.4
Market Share (%) 3.9 17.7 22.2 29.6
Research In Motion 34,346.8 46,922.9 62,198.2 102,579.5
Market Share (%) 19.9 17.5 15.0 11.7
iOS 24,889.8 41,461.8 70,740.0 130,393.0
Market Share (%) 14.4 15.4 17.1 14.9
Windows Phone 15,031.1 12,686.5 21,308.8 34,490.2
Market Share (%) 8.7 4.7 5.2 3.9
Other Operating Systems 10,431.9 12,588.1 26,017.3 84,452.9
Market Share (%) 6.1 4.7 6.3 9.6
Total Market 172,374.3 268,783.7 413,480.5 875,573.8

Bron: Gartner, augustus 2010

Worldwide Mobile Terminal Sales to End Users in 3Q10 (Thousands of Units)

Company 3Q10 Units 3Q10 Market Share (%) 3Q09
Units
3Q09 Market Share (%)
Nokia 117,461.0 28.2 113,466.2 36.7
Samsung 71,671.8 17.2 60,627.7 19.6
LG 27,478.7 6.6 31,901.4 10.3
Apple 13,484.4 3.2 7,040.4 2.3
Research In Motion 11,908.3 2.9 8,522.7 2.8
Sony Ericsson 10,346.5 2.5 13,409.5 4.3
Motorola 8,961.4 2.1 13,912.8 4.5
HTC 6,494.3 1.6 2,659.5 0.9
ZTE 6,003.6 1.4 4,143.7 1.3
Huawei Technologies 5,478.1 1.3 3,339.7 1.1
Others 137,797.6 33.0 49,871.1 16.1
Total 417,085.7 100.0 308,894.7 100.0

Bron: Gartner, November 2010

Al blijft Nokia ‘on top of the game’ met 28% marktaandeel in 2010, verwacht wordt dat Windows marktaandeel zal verliezen: van 8,7% naar 3,9% in de komende jaren.

Begin dit jaar zijn de inzichten van Gartner echter veranderd. Hier zien we dat Android bovenaan staat, Microsoft Apple en RIM heeft ingehaald en Symbian van top- naar bottom-positie is gedaald. De tijd zal het leren.

‘Bring your own’

Al deze verschillende OS’s maken het moeilijk voor bedrijven om hun infrastructuur en/of content te managen. Niet alleen zijn er verschillende OS’s en apparaten, in de toekomst zullen er ook veel meer applicaties geïntegreerd zijn met de werkomgeving. Wat aspecten als beveiliging moeilijk maakt. In het verleden weigerde ICT-afdelingen daarom vaak om te werken met meerdere apparaten. Maar omdat mensen invloedrijker zijn geworden en zelf bepalen welk apparaat, OS en applicaties zij willen gebruiken, is het steeds meer nodig dat bedrijven hun aanpak veranderen. Werknemers willen vandaag de dag graag meenemen wat van henzelf is. De ‘bring your own’-beweging verwacht van ICT-afdelingen dat zij flexibel zijn en zij worden aangemoedigd om deze opkomende revolutie te omarmen. In de toekomst wordt er naar een werknemer gekeken als zijnde een individuele consument.

Alex Bauch van Veiliq vertelt over MDM. Een managementprogramma voor al je bedrijfsapplicaties, om kostenbesparing, productiviteit en flexibiliteit te verbeteren. MDM is te gebruiken op elk apparaat. Nu kan elke werknemer zijn eigen apparaat meenemen, zonder de moeite die het voorheen zou kosten. Bedrijven kunnen hun eigen app-market managen. Dit is belangrijk omdat verwacht wordt dat bedrijven in de toekomst hun eigen ‘persoonlijke’ applicaties te hebben.

‘Make your own’

Het maken van een eigen applicatie is specialistenwerk en kan veel geld kosten. Over een paar jaar is iedereen in staat om een eigen applicatie te maken, zoals mensen nu hun eigen sites en blogs maken met bij voorbeeld WordPress. Joe Pezzillo van Pushio verwacht dat waar de applicaties op dit moment voornamelijk custom-made zijn en sommige template-made, er in 5 jaar net zoveel custom-, semi- (Hybrid) als template-made apps zijn. En in 10 jaar zal het merendeel een template zijn. Normale desktop-websites worden getransformeerd naar een tekst only mobiele app. En RSS-feeds kunnen automatisch getransformeerd worden naar een app. Dit kennen wij nu al als een web-app. Als iedereen een app gaat maken, zal het steeds moeilijker worden om de juiste app te vinden. Zoekmachines zullen opkomen om naar bruikbare apps te kunnen browsen.

Vindbare apps hebben de voorkeur

Meer applicaties betekent meer competitie. Een app moet uniek zijn, waarde toevoegen aan je leven en moet gemakkelijk zijn in gebruik. De waarde van een app is niet iets dat je kan evalueren door het gebruiken van een checklist. Er zijn verschillende redenen waarom een applicatie een succes wordt of niet. Soms lijken de redenen van succes zelfs een raadsel. Applicaties die veelal populair blijken te zijn, hebben vaak iets te maken met:

  • entertainment (games & brands)
  • performance (het managen van je leven)
  • bruikbaarheid (apparaat).

Bruikbaarheid gaat om bijvoorbeeld programma’s die de efficiëntie van je apparaat verbeteren, zoals batterijduur, opslagcapaciteit en het bijhouden van internetverbruik.

Onderzoek door Distimo laat zien dat gebruikers een andere voorkeur voor applicaties blijken te hebben afhankelijk van het type mobiele apparaat dat zij gebruiken. Distimo concludeert hieruit dat de verschillen hoofdzakelijk voortkomen uit het feit dat de gebruikers van de apparaten in essentie heel verschillend zijn van elkaar. Ik denk dat het de perceptie is van het mobiele apparaat en/of het merk dat mensen voor een bepaald type apparaat doet kiezen. Smartphones hebben bijvoorbeeld veelal dezelfde functionaliteiten, lijken daarmee heel veel op elkaar en worden voornamelijk voor dezelfde doeleinden gebruikt. Mensen vinden het daardoor dikwijls moeilijk om een keuze te maken. Zij maken voornamelijk keuzes op basis van het vertrouwen dat zij hebben in het merk, de retailer (de expert) en de sociale omgeving die het merk aandraagt. Dit is wat de doorslag geeft.

Een andere reden waarom ik denk dat verschillende applicaties de voorkeur hebben op het ene of andere apparaat, is de manier waarop mensen toegang hebben tot de app store, de applicaties en hoe het productaanbod wordt weergegeven. De interface van de niet-touch BlackBerry- en Nokia-toestellen bijvoorbeeld, zijn niet heel intuïtief. Een heleboel informatie gaat verloren omdat mensen iets gewoonweg niet kunnen vinden en/of voor elkaar kunnen krijgen. Als parttime verkoper bij de BelCompany heb ik wel eens klanten gehad die hierdoor niet eens de applicatie-store kon vinden. Natuurlijk zijn er dan grote verschillen. En dat ligt dan niet aan het type klant. Er valt nog een hoop te winnen wat betreft user experience (UX) als de user interface (UI) makkelijker gemaakt zou worden.

Het gaat om de experience

Usability is een van de manieren waarop bedrijven, apparaten, OS’s en applicaties zich zullen onderscheiden van elkaar in de toekomst. De technische specificaties van apparaten worden steeds meer gelijk, de reden waarom mensen een product kopen heeft een andere benadering. Het is onder andere een goede UX die een product doet slagen. Dat is wat ertoe doet.

Een goede UX zorgt ervoor dat mensen verliefd worden op een merk. Native-applicaties blijken dit het beste te doen. Een goede UX nodigt mensen uit om hun (digitale) wereld te ontdekken. Dat is de hoofdreden waarom bedrijven native-applicaties over webapplicaties kiezen. Alle unieke native-eigenschappen, zoals de camera, kunnen aangesproken worden en je kan een veilige en branded omgeving creëren. De overweging web of native is afhankelijk van wat de applicatie zou moeten kunnen.

Met de komst van HTML5 wordt er gezegd dat web-apps in de toekomst bijna gelijk zijn aan native-apps. Het voordeel van een web-app is dat het platform onafhankelijk is. Dus welk OS of apparaat gaat overheersen, deze site in de vorm van een app zal altijd naar behoren blijven werken. En de klant heeft altijd de laatste versie, zonder een nieuwe update te hoeven downloaden.

Meest belangrijk voor een goede UX is het maken van een applicatie vanuit een gebruikersperspectief. Waar heeft hij of zij behoefte aan, wat is nodig en wat is de context op dat moment. Als de waarde van een applicatie is bewezen, zijn mensen ook bereid om er voor te betalen. Een onderdeel waar uitgevers en journalisten op dit moment mee worstelen. The Saints laten zien dat het wel degelijk mogelijk is, met de Voetbal International-app op de iPad. Zij bieden een magazine aan over voetbal. Ze geven de headlines gratis weg en als je meer achtergrondinformatie wilt lezen, dan kun je de volledige versie kopen. Net zoals er ook mensen zijn die het ervoor over hebben om een app te kopen als deze geen advertenties bevat.

Het is de combinatie van alle onderdelen die met elkaar samenwerken wat mobiel tot een succes maakt. We hebben in dit artikel kunnen zien dat het mogelijk is als je de juiste mix weet te vinden. Het zijn niet ontwikkelaars en mensen uit het bedrijfsleven die nodig zijn om een app te laten slagen, maar fantastische ontwikkelaars en fantastische mensen uit het bedrijfsleven. Je moet zorgen dat je de juiste menigte aantrekt. Er zijn een heleboel componenten die je moet overwegen. Mobiel verbindt de missende stukken van de puzzel om het medialandschap waarin wij delen, leren, werken en ons vermaken, compleet te maken.

Lekker rondje Poel

Heerlijk zo’n frisse neus halen na de hele dag binnen zitten schrijven aan mijn afstudeer opdracht.

De Graphical User Interface gemak of gebrek?

Het is donderdag, na een avondje bios stappen we de bus in en checken in met onze ov-chipkaart. Voor studenten is een week-ov geldig van maandag 4:00 tot zaterdag 4:00. Het is 23:00 uur op een door de weekse dag, dus dat moet geen probleem zijn. Maar het in-check apparaat in de bus is het daar niet mee eens en gloeit rood op. Ik kijk de buschauffeur aan.


wachten-op-de-bus“Je hebt er geen tegoed op gezet”; zegt hij.
Ik heb en studenten ov”; zeg ik.
Chauffeur; “dan is het een weekend ov.

Ik; “nee, ik heb een week ov.”
Chauffeur; “Dat maakt niet uit, je kaart is niet geldig, je moet gewoon een kaartje kopen.”
Dan komt de volgende passagier, weer rood licht en nog eens en nog eens. Ook zij weten zeker dat ze tegoed hebben op hun kaart, maar de buschauffeur trekt zich er niets van aan. “Als je geen kaartje koopt, ga je maar lekker lopen”; zegt hij. Dus we kopen allemaal braaf een kaartje, maar het is toch wel raar dat het apparaat blijkbaar bepaald wat er gebeurd, de buschauffeur er op rekent dat het apparaat altijd goed werkt en zich daar vervolgens achter verschuilt. Zelfs als meerdere passagiers ‘onverwachts’ dezelfde foutmelding hebben. En de gebruiker, in dit geval de passagier, maar ook de buschauffeur heeft geen mogelijkheid om aan de hand van zijn gegevens, te bewijzen dat hij in zijn gelijk staat. Want die gegevens zijn verborgen.


Dit is het gevolg van de hedendaagse complexe techniek, die wordt verborgen door een versimpelde laag. Dat is makkelijk voor het gebruik, maar het maakt techniek ook abstract. Deze laag die er voor zorgt dat wij kunnen omgaan met de techniek zonder daarvoor expert te hoeven zijn, maakt complexe systemen zoals die van de ov-chipkaart wél toegankelijk voor iedereen. Wat is belangrijker? Inzicht in het proces, of alleen de noodzakelijke ‘handvatten’ waarmee het proces aangestuurd kan worden?


De komst van de Graphical User Interface (GUI).
De eerste kennismaking met dit soort ‘filters’ die alleen het noodzakelijke weergeven kennen we van de eerste persoonlijke computers (de PC). De komst van een grafische interface, gaf voor het eerst iedereen toegang tot de mogelijkheden die de computer biedt. Nu konden niet alleen de in witte jassen gestoken geleerden uit het lab computeren, maar ook ‘de gewone man en vrouw’. Als we het hebben over de interactie tussen mens en machine dan gaat het onder andere om het gebruik (wat kan je een apparaat laten doen?) en de interface. Deze interface stelt de gebruiker in staat om complexe processen aan te sturen.


Manovich focust zich op deze illusie in interactieve computer objecten, die volgens hem te maken heeft met tijd. Hypermedia applicaties zijn kenmerkend door een constante wisseling tussen de illusie en zijn aandrijving; Een tijdbalk bijvoorbeeld, die een metafoor is voor de tijd die een bestand nodig heeft om gedownload te worden. Controleren of de lijn nog werkt wordt de boodschap (Jakobson communicatie model 1961). Het gaat niet meer om het document maar of het document wel goed aankomt. Dit soort processen wordt vaak herhaald met het gebruik van een computer. Als we dat door trekken naar het gebruik van de ov-chipkaart dan is de functie van het apparaat vergelijkbaar met de tijdbalk van Manovich die weergeeft wat er gebeurt.


Ondanks dat de gebruiker niet precies hoeft te weten hoe het systeem het proces uitvoert, kan hij er door de vertaalslag wel gebruik van maken. Het apparaat geeft op een visuele manier aan in wat het stadium van het proces is. De gebruiker weet op zijn beurt dat het apparaat de informatie wel of niet heeft verwerkt. De gebruiker is zich er wel van bewust dat hij naar een representatie kijkt van de werkelijke gebeurtenis.


cognitive multitasking”-rapidly alternating between different kinds of attention, problem solving, and other cognitive skills. All in all, modern computering requires of the user intellectual problem solving, systematic experimentation, and the quick learning of new tasks.”
- (Manovich, Lev. 2001)


Deze wisseling tussen illusionaire segmenten en interactieve segmenten dwingen de gebruiker om tussen verschillende ‘mental sets’ en verschillende cognitieve activiteiten, te wisselen. Deze wisselingen (multitasking) zijn typisch voor het moderne computergebruik. Doordat de user-interface steeds gebruiksvriendelijker wordt en door de uitbreidbaarheid en multifunctionaliteit van de computer, verschuift het gebruik van alleen binnen een zakelijke omgeving (waar alleen computer technici met de computer kunnen omgaan), ook naar de privé-omgeving. Hierdoor verschuift het belang van de interactie. Waar efficiëntie en functionaliteit eerst de hoofdrol spelen in de kantooromgeving, spelen nu criteria als expressie, gebruiksvriendelijk, speels, flexibel en ‘fashionable’ de hoofdrol in de privé-omgeving. Interactiviteit wordt behandeld als een ‘event’. De interactie is een stijlmiddel geworden en een manier om je te onderscheiden van de rest. Daarnaast biedt het de gebruiker meer mogelijkheden om met het medium om te gaan.


Ondanks alle mogelijkheden die computersystemen bieden en de voordelen die het met zich mee brengt slaagt het ov-systeem er wel in om het complexe proces te automatiseren en daarmee te vergemakkelijken voor de gebruiker, tot op het moment dat er iets mis gaat. Want hij slaagt er niet in meer inzicht te geven. Het achterliggende proces zodanig verstopt, dat als het nodig is er ook niet naar gekeken kan worden.


Abstractie leidt tot vervreemding.
Toch kiezen we liever voor om de mogelijkheden te benutten, dan te begrijpen waar het over gaat. Andrew Keen schrijft hier over in zijn boek ‘The Cult Of The Amateur’ uitgebracht in 2007. Hij wil mensen er op attenderen op deze vervreemding van de techniek en de nalatigheid van mensen. Hij wil iedereen wakkerschudden en laten beseffen dat wij niet meer nadenken over het gebruik van allerlei technieken en de gevolgen daarvan. Keen betrekt dit voornamelijk op het web, hoe de toename van media gemaakt door iedereen die een computer tot zijn beschikking heeft een afbraak is op onze cultuur.


Typing monkeyIn het pre-internettijdperk had T.H. Huxleys scenario van het oneindige aantal apen dat over een oneindige technologie beschikte meer weg van een mathematische schets dan van een anti-utopische visie. Maar dat wat ooit een grap leek, lijkt nu de consequenties te voorspellen van een vervlakking van de cultuur waarin de grenzen vervagen tussen auteur en publiek, maker en consument, expert en amateur.”
- (A. Keen 2007)


Nu lijken wij allemaal tegelijkertijd zowel de expert als de amateur en wij geven ons verstand maar al te graag uit handen. Gemak lijkt belangrijker te zijn geworden dan inzicht. Deze ontwikkeling is door te trekken naar technologie in het algemeen. Producten zoals bijvoorbeeld de routeplanner helpen ons de weg te vinden, maar sturen ons ook regelmatig de verkeerde kant op. En omdat wij deze taak uit handen geven, vertrouwen wij blindelings op de correctheid van het apparaat. Terwijl als we mee blijven denken wij geregeld kunnen voorkomen om op dit dwaalspoor te raken.


Nog zo’n voorbeeld zijn onze persoonlijke gegevens die onbedoeld vrijgegeven worden door de deelname aan het World Wide Web. Zelfs overheden ervaren deze consequenties door bij voorbeeld recentelijk de Wikyleaks pagina, die vertrouwelijke documenten lekt over het internet. Worden wij geleefd door de techniek om ons heen? Toch zit er ook een andere kant aan het verhaal. Al lijken wij dommer te worden door interactie, het kan ook in ons voordeel gebruikt worden.


Exploratorium
Andrew Barry gebruikt wetenschappelijke musea als voorbeeld waarbij door interactie informatie deelbaar gemaakt wordt aan de bezoekers.
Deze interactie in de vorm van ‘political machines‘ maken de informatieverschaffing toegankelijker. De nadruk ligt op het zelf willen ontdekken van informatie in plaats van de informatie aan iemand op te leggen De bezoekers moeten het idee krijgen dat zij ‘de wereld om hen heen’ kunnen begrijpen. Frank Oppenheimer beschrijft dit begrip als volgt:


the whole point of the exploratorium is to make it possible for people to believe that they can understand the world around them. I think a lot of people have given up trying to comprehend things, and when they give up with the physical world they give up with the social and political world as well.”
- (Oppenheimer 1997)


Door de ‘political machines’ worden de bezoekers betrokken bij het zelfstandig opzoeken van informatie, waardoor er een beter begrip ontstaat voor de ‘wetenschap’ of ‘wetenschappelijke informatie’. Dit zijn de zogehete “Hands-on exhibitions and activities”. ‘Political machines’ zijn het antwoord op de zoektocht van de mens naar begrip. Daarbij is het wel noodzakelijk om slimme systemen te bouwen die goed reageren op het denken en handelen van de mens.


computer en mensConclusie
Interactie vandaag de dag gaat steeds meer om zelfregulerende ‘slimme’ technieken die het menselijk denken en werken kunnen imiteren. Daarbij staat ‘de gebruiker’ centraal en krijgt deze steeds meer ‘macht’ en mogelijkheden met behulp van nieuwe ‘interactieve’ technieken. Door de vertaling van de hardware van computers en andere elektronische apparaten naar visuele interfaces, krijgt de gebruiker een aangepast beeld van de techniek. Deze aangepaste weergave geeft hem echter wel de mogelijkheid om zelf met de informatie om te gaan, en zich nieuwe kennis te verschaffen. Maar raakt ook vervreemd van de achterliggende technologie omdat het zo abstract wordt gemaakt. De valkuil is om niet vast te raken in oude gewoonten, maar open te blijven staan voor vernieuwing en verbetering en alert te blijven. Weet wat het is dat je gebruikt.


Bronnen:
Barry, Andrew. 2001. Political Machines: Governing a T~chnological Society, Athlone Press, London, p127-152.

Keen, Andrew. 2007. De @ cultuur. (oorspronkelijk ‘The cult of the amateur’). J.M. Meulenhoff.

Manovich, Lev. 2001. The Language of New Media. Cambridge, MA: MIT Press, p205-211.

Oppenheimer, Frank. 1997. interview, Devon.

Nieuwe media is (nog) geen wondermiddel tegen taalproblemen

Mensen leren praten door te praten. En ze leren mondelinge taal begrijpen door te luisteren. Dit hebben we ontdekt door observatie van kinderen in de voorschoolse leeftijd. Al pratend en luisterend bouwen ze op eigen kracht taalkennis op, en elke nieuwe bouwsteen stapelen ze op de vorige die er al stond. Dat vermogen om al doende op eigen kracht te leren blijft bestaan als ze naar school gaan. Helaas is het niet bij ieder kind vanzelfsprekend dat de taalontwikkeling voorspoedig verloopt. Sommige kinderen lopen al op jonge leeftijd een taalachterstand op. Dit kan er voor zorgen dat het kind op latere leeftijd (als het bij voorbeeld naar de basisschool gaat ) last heeft met het verwerven van informatie en daardoor slecht presteert.

Met name kinderen waar thuis een andere taal of dialect gesproken wordt hebben een achterstand ten opzichte van hun leeftijdsgenoten.1 Taalachterstand op jonge leeftijd betekend niet altijd een blijvende achterstand dit kan ook in de loop van tijd ingehaald worden. Uit onderzoek blijkt dat meer dan een kwart van de leerlingen van het basisonderwijs tot de groep achterstandsleerlingen behoort.2 Uit een ander onderzoek blijkt dat één op de vier laat sprekende peuters blijvende taalproblemen hebben op 7 jarige leeftijd.3 Taalachterstand bij peuters is dus wel degelijk een serieus probleem. Al wordt dit soms wat onderschat.

Hoe wordt een taalachterstand ontdekt?
Het jonge leven van een peuter kan worden ingedeeld in
milestones. Dit zijn belangrijke punten in de taalontwikkeling van een kind waaraan afgelezen kan worden hoe ver het is. Bij zes maanden gaat het kind
bij voorbeeld babbelen en bij twaalf maanden kan het kind alleenstaande woorden gebruiken.
4 Als het kind afwijkt van deze standaard kan er een taalprobleem zijn ontstaan.

Wat te doen?
Taalachterstand moet ingehaald worden dat spreekt voor zich. Al kan je natuurlijk ook proberen om een taalachterstand te voorkomen. Interactie speelt hierbij een belangrijke rol. Zo is het gebleken dat het spelen met blokken een bijdrage levert aan de woordenschat en het taalgebruik van kinderen. Bij een onderzoek van zes maanden bleek na afloop de helft van de peuters voor te liggen op een controlegroep van kinderen die niet met blokken speelden. Onderzoeker Dimitri Christakis legt uit dat met blokken spelen het denkvermogen, het geheugen en de fysieke capaciteiten van een kind stimuleert. Dit in een periode dat de hersenen van een kind snel groeien. De vaardigheden die je voor blokken bouwen nodig hebt, beschrijft hij als de voorlopers van het denkvermogen en van de taalontwikkeling. Oudere kinderen
beginnen verhaaltjes te bedenken bij de blokken.5

Ook zijn blokken beter dan mediatoys. Zo bleek uit een onderzoek in 2006 van The Child Health Institute van de Universiteit van Washington. Daaruit bleek ook dat 80% van deze groep onwaarschijnlijker televisie kijkt dan kinderen in de controle groep die geen blokken ontving. Wat beweringen van een groeiend aantal media-gebaseerde producten die claimen dat kinderen slimmer, meer literair of muzikaler maken ongegrond maakt. Het onderzoek doelt hierbij direct op bedrijven als Walt Disney’s Baby Einstein Co, die een lijn DVD’s voor nieuwgeborenen en peuters op de markt brengt. Ook zou televisie leiden tot taal en cognitieve achterstand als eveneens aandacht problemen. Nou hangt dat natuurlijk ook af van de content en televisie is niet alleen slecht als je het op de juiste wijze gebruikt. Zo kan het de ouder en het kind ook even een momentje van ontspanning geven.6

Raar.. je zou toch denken dat media juist wel stimulerend is? Ouders in Groot Brittannië vinden dat ook. Zij vinden dat het helpt bij de ontwikkeling van kinderen jonger dan zes jaar. 1800 ouders vinden dat de taalontwikkeling en de sociale en emotionele ontwikkeling van jonge kinderen wordt gestimuleerd door computerspelletjes, televisie, video en DVD. Eveneens 500 leidinggevenden van kinderdagverblijven en peuterspeelzalen, maar zij maken zich ook zorgen over overvloedig mediagebruik.7

Dat een DVD geen zode aan de dijk zet kan ik mij nog wel voorstellen. Beeld op een televisie kan je niet beetpakken, voelen. Dit is essentieel. Baby’s voelen met hun mond en daar past een beeldscherm niet in. Bovendien reageert de televisie ook niet op wat je doet, althans nog niet… Als je kijkt op het gebied van interactieve media dan is er steeds meer mogelijk. Apparatuur wordt slimmer en kan reageren op onze menselijke (natuurlijke) input. Denk aan gezichtsherkenning, bewegingssensors, stemherkenning. Interactie is het sleutelwoord bij de ontwikkeling van taal. En hier kan je wel degelijk wat mee doen. Voorlezen voor het slapen gaan bij voorbeeld. De helft van de ouders weigert dit te doen. Interactieve kleuterboeken zouden hier kunnen helpen.8 Of wat dacht je van interactieve blokken. Natuurlijk kan de machine de mens niet vervangen, maar ik denk dat dit gebied nog veel te ontdekt is. Er is veel meer mogelijk met interacieve media dan met gewone “platte” media en het een sluit het ander niet uit. Ik denk dat er zeker een mogelijkheid is om op een andere manier interactieve media in te zetten om kinderen te stimuleren en helpen bij hun ontwikkeling. Al is het als aanvulling op de “gewone” blokken.

Bronnen:
1 Nieuwe kansen bij taalachterstand, Henk van Faassen, 04-01-2009, www.taalvormingentaaldrukken.nl.
2 Vooroordelen leerkrachten versterken taalachterstand jonge kinderen, Radboud universiteit nijmegen, 20-02-2008, http://www.ru.nl/@735195/vooroordelen/
3 Mixed results for late talking toddlers, Elizabethe Chester, 14-05-2008,Telethon Institute for child health research, www.ichr.uwa.edu.au/media/789
4 The language-screening instrument SNEL, Margreet Roelien, 2005, http://dissertations.ub.rug.nl/faculties/medicine/2005/m.r.luinge/?pFullItemRecord=ON
5 Blokken stimuleren taalontwikkeling peuter, Dimitri Christaakis ,2-10-2007, www.gezondheidsnet.nl, www.nu.nl/gezondheid
6 Classic buiding blocks beat mediatoys, Sarah Schmidt, 10-11-2006, www.commercialfreechildhood.org/news/classictoys.htm

7 BBC via jeugenmedia.nl, www.mijnkindonline.nl/635/nieuwe-media-goed-voor-jonge-kinderen.html 4-1-2009
8 De jongste aanvalsplannen voor leesbevordering, Maartje Willems, 20-08-2008, http://www.elsevier.nl/web/10200231/Nieuws/Cultuur-Televisie/De-jongste-aanvalsplannen-voor-leesbevordering.htm

Vliegeren is net als fietsen…

touwtjes in handenHeerlijk zo’n dagje strand. De wind in je haren blik op oneindig. Of beter gezegd, op de vlieger.

Afgelopen zondag ben ik naar het strand geweest. Een van mijn meest favoriete plekken om te zijn. Voor vertrek dacht ik aan mijn vlieger die nog ergens in de berging moest liggen. Na wat stof happen zijn ze gevonden, twee mooie stuntvliegers.

Blijkbaar is vliegeren net als fiesten, je verleert het nooit. Ik liet de vlieger zo laag mogelijk over het strand scheuren en probeerde hem zo hoog mogelijk op te laten stijgen in de lucht. Helaas werkte de wind niet mee, na een paar uur wilde de vlieger niet meer de lucht in. Toch was het een geslaagde vliegerdag!

schelpen op het strandlijnen op het strand

Kingki for a day

Heeft een blogger zich aan de journalistieke mores te houden?

Dit betoog is gechreven  in   2008, naar aanleiding van de discussie over het blog van GeenStijl. Daar werden door anonieme bloggers persoonlijke gegevens vertoond. GeenStijl voelde zich niet verantwoordelijk voor deze content.  Maar wie is dat dan wel?

Schending van privacy staat al in de wet, hoeft niet nog eens door een raad te worden beoordeeld.

Een oordeel van de Raad heeft geen rechterlijke gevolgen.

De kwaliteit en betrouwbaarheid van een krant dient gewaarborgd te worden, die van een blog site niet. Daar zijn geen standaarden voor.

Een blogger is geen journalist.

Vergelijking: In de reisbranche kan je als reisbureau ervoor kiezen om je aan te sluiten bij de ANVR en SGR. Dit “keurmerk” geeft de reiziger de garantie voor een goed en betrouwbaar product. Deze keus is geheel aan de organisatie zelf, er zijn ook reisbureaus die bewust kiezen om hieraan niet mee te doen.

Ditzelfde kunnen wij terugbrengen naar de journalistiek. Als journalist heb je ook een kwaliteit te waarborgen maar ook dit is een keuze.

Een blogger is geen journalist en belooft niets aan kwaliteit of betrouwbaarheid. Het is aan de lezer om hier mee te doen wat hij/zij wilt.

Krant heeft een kwaliteit te waarborgen, of eigenlijk wil betrouwbaar zijn voor zijn lezer. Daarom is de krant er ook bij gebaat om zich door de raad te laten keuren (of een dergelijk instantie) Een blogger wordt niet serieus genomen.